Door: Jochum Douwenga, in: De geschiedenis van de Douwenga’s
“Die koppigheid wordt nog eens z’n dood”, zei mijn moeder, waarna ze mij met zachte dwang richting de rest stuurde. Een kleine drie kwartier later werd de betrekkelijke stilte doorbroken door vreugdevol geschreeuw. Iedereen die omkeek zag mijn vader luchtsprongen maken, zijn stok in de ene, een mandje in de andere hand. Toen stopte hij, nam hij een aanloop, stak zijn stok in de Tjonger en sprong. Wij zagen niets dan opspattend water en hoorden een plons. Op 53-jarige leeftijd, na een rijk leven vol liefde en ervaringen, verdronk Douwe Douwenga in de Tjonger. Mijn vader had het mandje nog op het droge kunnen werpen, maar het eerste kievitsei had de val net zo min overleefd.
Lees hier hoe ik, Jochum Douwenga, het stokje van mijn vader overnam.