Door: Jochum Douwenga, in: Het verhaal achter het dropje
ERGENS IN MAART 1932 was ik met mijn vader op visite bij mijn vaders broer in Franeker, oom Tjibbe. Het had die dag gesneeuwd. De witte tuin schitterde in de lentezon. Wij stonden voor het raam het sneeuwlandschap te bewonderen. Mijn vader en oom onder het genot van een kruidenbittertje, ik met een kop warme anijsmelk. “Zeg”, doorbrak mijn vader de stilte, “ben ik nu malende of zie ik daar een sneeuwbal door de tuin lopen?” En inderdaad, daar bewoog een wit bolletje door de sneeuw. Maar het witte bolletje had een zwart snoetje. Het was een egel met besneeuwde stekels. Vermoedelijk net uit zijn winterslaap afgebroken.
