Door: Jochum Douwenga, in: Het verhaal achter het dropje

IN HET GEZEGENDE jaar 1924 bezocht mijn vader, Douwe Douwenga, als jongeman, met drie vrienden de Hindelooper kermis. Het bier vloeide rijkelijk. En in een jolige bui sloten de drie vrienden m’n vader op in zo’n oude houten plee die toen gebruikelijk was. M’n vader gaf geen kik. Vier uur heeft ie in de plee gezeten. En hij heeft die tijd nuttig gebruikt Z’n enige contact met de buitenwereld was het kleine, ruitvormige openingetje in de deur van de plee. Zou het niet leuk zijn, peinsde m’n vader, als ik nu ‘ns een ruitvormig dropje bedacht. Zout maar niet té zout, dat vinden de mensen lekker.

  • Facebook
  • Hyves
  • Twitter