Door: Jochum Douwenga, in: Het verhaal achter het dropje
WE SCHRIJVEN HET jaar 1953. Mijn geliefde voetbalclub SNEVO (Snekers Vooruit!) verloor elke wedstrijd in de derde klasse Friese Onderbond. Bij velen stonden wij inmiddels bekend als Snekers Achteruit! De sfeer onder de aanhang werd met de week grimmiger en kantine-uitbater A.A. Lycklema vreesde de dag dat een Sneker in al zijn woede ongevraagd zijn verbouwingsdiensten zou aanbieden. Nu kon Lycklema wel een nieuwe tapkast gebruiken, maar toch. Op een zekere zaterdag, na weer een nederlaag, vroeg hij mij: “Heb jij geen dropje dat voor rust kan zorgen?” Een zoethoudertje, dacht ik en ik werkte een week lang vrijwel dag en nacht aan een pittig dropje op basis van zoethout, dat ik de volgende zaterdag vol trots presenteerde tijdens de wedstrijd.
